Fatima

Download dit verhaal:

File Description
pdf SdK 14 Fatima
epub SdK 14 Fatima

Voorwoord


In ‘Fatima’ is weer een bijzondere rol weggelegd voor de inmiddels 5-jarige Sjaak de Kolck. Alhoewel de dagelijkse gebeurtenissen zo langzamerhand zijn wonderlijke dromen verdringen, blijft het een jongen met een gevoelige natuur. Soms speelt die gevoeligheid hem parten en voelt hij zich intens verdrietig. Desondanks blijft hij openstaan voor het verdriet en de angsten van anderen, waardoor hij hen in veel gevallen troost weet te bieden. Ongemerkt wordt hij er zelf ook sterker van.

Eerdere belevenissen van Sjaak de Kolck zijn te lezen in afleveringen, die op mijn website zijn terug te vinden:

SdK 1 In Goede handen, 13 december 2011
SdK 2 Sjaak’s Nieuwe kans, 3 april 2012
SdK 3 Een nieuw leven, 24 december 2012
SdK 4 Sjaak de Kolck, 26 maart 2013
SdK 5 Sjaak’s moeizame start, 20 december 2013
SdK 6 Sjaak’s prille les, 18 april 2014
SdK 7 Sjaak’s kracht, 16 december 2014
SdK 8 De Verleiding, 25 maart 2015
SdK 9 Het Kerstdiner, 21 december 2015
SdK 10 Bij de les blijven, 25 maart 2016
SdK 11 Meike, 25 december 2016
SdK 12 Cindy, 16 april 2017
SdK 13 Sjaaks ontmoeting, 25 december 2017

Ruud Macco
1 april 2018

Fatima


Als Sjaak uit school komt, is Cindy de eerste die hem uitbundig begroet. Alsof ze niet weet, waar ze al haar energie zo gauw moet laten, springt ze Sjaak al bij de voordeur zowat ondersteboven. Pas daarna gunt ze hem de tijd om zijn moeder en zusje, Meike, te begroeten. Maar een glas thee later lopen Sjaak en Cindy alweer naar hun favoriete speelplek in het park. Vriendjes zijn buiten schooltijd bij Sjaak alleen welkom als ze ook met Cindy willen spelen. En dat gebeurt bijna nooit.

Alleen Fatima is anders. Zij speelt wèl graag met Cindy en met Sjaak. Fatima is na schooltijd dan ook vaak nog een paar uur bij Sjaak en zijn hond te vinden. Eenmaal was hij bij Fatima thuis geweest. Maar dat voelde niet goed. Fatima had alleen meisjesspeelgoed en hij miste Cindy zo erg, dat hij al na een half uur naar huis wilde. Fatima was met hem meegegaan, zij het tegen de zin van haar moeder. Sindsdien vraagt ze hem nooit meer bij haar thuis. Als het even kan loopt Fatima haast vanzelfsprekend met Sjaak mee naar huis.

Na wat thee en een koekje gaan ze meestal met Cindy spelen. Buiten, als het weer het ook maar even toelaat. Samen schateren ze het uit van de spanning als Cindy tevergeefs de bal wil pakken bij het overgooien. Samen genieten ze van de capriolen die Cindy uithaalt als ze in haar enthousiasme razendsnel probeert te keren als ze de zo felbegeerde bal voorbijgerend is. Maar als het niet anders kan, haalt Sjaak zijn kist lego tevoorschijn of spelen ze ganzenbord, kwartet of memory. Ook op school doen Sjaak en Fatima veel samen. Dat gebeurt zelfs zo vaak, dat de andere kinderen er al niet eens meer tussen proberen te komen. Soms haalt juf Karin ze uit elkaar en stuurt ze ieder naar een andere speelhoek. Maar op de een of andere manier weten ze elkaar altijd weer te vinden.

Op een dag komt Fatima wat bleekjes aan de hand van haar mama de klas in.

‘Hoi Faat,’ roept Sjaak.

Maar Fatima reageert er niet op en probeert de andere kant op te kijken. Aan de hand van haar moeder sjokt ze regelrecht naar juf Karin. Sjaak blijft bedremmeld staan en ziet aan de blikken van de juf en Fatima’s moeder dat het over hem gaat. De juf knikt een paar keer, Fatima’s moeder schikt haar hoofddoek en dan is het gesprek afgelopen. Fatima’s moeder loopt vlak langs Sjaak en kijkt hem duister aan. Juf Karin pakt Fatima’s stoel uit de kring en zet die een paar plaatsen verder.

‘Waarom doe je dat, Juf?’ vraagt Sjaak.

Dan gaat juf Karin op één knie bij Sjaak zitten, kijkt hem recht aan. ‘Sjaak,’ begint ze. Ze slikt een keer en begint opnieuw. ‘Sjaak, het is beter als Fatima en jij ook met andere kinderen spelen. Nu heeft ook Fatima’s mama daarom gevraagd.’

‘Waarom?’

‘Ze heeft wel een beetje gelijk, Sjaak. Het is beter om met meer kinderen te spelen.’

‘Waarom dan?’ Wil Sjaak weten.

‘Dan leer je ook andere kinderen goed kennen,’ zegt zijn juf terwijl ze hem over zijn haar strijkt.

‘Maar ik vind Fatima het leukste. En niemand anders wil met Cindy spelen.’

Als de juf niet meer reageert loopt hij met tranen in zijn ogen naar zijn stoeltje in de kring.

Juf Karin zucht een keer diep en loopt naar haar stoel aan het hoofd van de kring. Onderweg veegt ze met een zakdoek langs haar neus en ogen. Bedremmeld kijken Sjaak en Fatima naar elkaar en lezen die ene ongestelde vraag, waarom ze niet met elkaar mogen spelen, in elkaars ogen.

Na schooltijd rent Sjaak naar huis. Alleen. Achter de voordeur wacht Cindy hem zoals gewoonlijk op. Sjaak knuffelt haar even en loopt door naar de woonkamer.

‘Dag Sjaak,’ zegt Maja tegen haar zoon. ‘Wat is er?’

‘Fatima en ik mogen niet meer met elkaar spelen,’ zegt Sjaak. Terwijl hij op een stoel aan de keukentafel schuift.

‘Waarom niet?’

‘Juf Karin zegt dat ik met andere kinderen moet spelen.’

‘En? Heb je dat gedaan?’

‘Nee,’ schudt Sjaak. Hij strijkt Cindy langs haar nek. Ze heeft haar kop op zijn schoot genesteld.

‘Waarom speel je niet met andere kinderen?’

Sjaak haalt zijn schouders op. ‘Geen zin in.’

‘Misschien moet je het toch eens proberen, Sjaak. Hier drink je thee maar op. Ik ga morgen wel met de juf praten om te horen wat er aan de hand is,’ zegt Maja. ‘Het is vast niet zo dat je nooit meer met Fatima mag spelen.’

Die middag loopt Sjaak alleen met Cindy naar het park. Maar het spel is niet als anders. Alsof Cindy het verdriet van Sjaak aanvoelt pakt ze de bal stevig tussen haar tanden en loopt ze naar de uitgang van het park. Zonder commentaar volgt Sjaak haar naar huis. Daar pakt Sjaak een boekje en trekt zich terug in de hoek van de bank. Cindy nestelt zich aan zijn voeten. Meike ziet haar kans schoon om ongehinderd door Sjaak Cindy eens stevig aan te halen. CIndy laat het zich allemaal welgevallen, maar houdt intussen een oog op Sjaak.

’s Avonds onder het eten vraagt Don zoals altijd wat Sjaak op school heeft gedaan. Dat hij niet meer met Fatima mag spelen is het eerste dat hij vertelt.

‘Waarom mag je niet meer met Fatima spelen?’ vraagt Don. Hij kijkt naar Maja en ziet haar de schouders ophalen. ‘Heb je ruzie gehad of heb je haar een klap gegeven?’

‘Ik heb Fatima nog nooit geslagen,’ zegt Sjaak.

‘Dat geloof ik direct, jongen,’ zegt Don. ‘Maar wie heeft gezegd, dat je niet meer met haar mag spelen?’

‘Fatima’s mama en juf Karin,’ pruilt Sjaak.

‘Hmmm,’ gromt Don. Hij knijpt Sjaak even in de hand. ‘Misschien loopt mama morgen wel even met je mee naar school om met juf Karin te praten.’

Sjaak knikt en zet zwijgend zijn vork in het bord eten. Zelfs Meike is stil. Met haar ene hand in haar bord eten en met de andere vervaarlijk zwaaiend met een lepel kijkt ze vanuit haar kinderstoel strak naar haar grote broer.

Eenmaal in bed kan Sjaak de slaap niet vatten. Driemaal vraagt hij om nog een knuffel tot zijn ouders er genoeg van hebben en hem streng aanspreken om te gaan slapen. Als het eindelijk zover is, droomt hij over Fatima.

Samen spelen ze met Cindy in het park. Op het bankje zitten Fatima’s papa en mama. Ze kijken heel boos naar hem.

‘Waarom kijken jouw papa en mama zo boos?’ vraagt hij aan Fatima.

‘Ze willen dat ik met meisjes speel en niet met jongens,’ zegt ze.

‘Waarom?’

Als antwoord haalt Fatima haar schouders op. ‘Ze vinden dat dat zo hoort.’
Dan loopt juf Karin het park in en praat met Fatima’s papa en mama. Die roepen daarna Fatima mee terug te gaan naar huis. Zonder om te kijken loopt ook Juf Karin het park uit. En dan is hij helemaal alleen in het park. Sjaak schuift op het bankje en kijkt de kleiner wordende mensen na. Als het dan ook nog gaat regenen.Verliest het park op slag zijn kleuren en wordt Sjaak zich bewust van de kou, die zich dwars door zijn kleren meester maakt van hem. Zelfs Cindy heeft haar staart tussen haar poten. Maar ze wacht wel op hem, tot hij uiteindelijk ook aanstalten maakt om het park uit te lopen. Druipend van de regen komt hij uiteindelijk thuis en wrijft zijn moeder hem en Cindy weer droog.

De kou van zijn droom maakt langzaam plaats voor de warmte van zijn bed. Het is nog donker in zijn kamer als hij zachtjes opstaat en op zijn tenen naar beneden loopt. Alsof Cindy hem al verwachtte staat ze kwispelend bij de kamerdeur. Sjaak knuffelt haar even en fluistert dat ze stil moet zijn. Samen lopen ze naar Cindy’s mand, waar ze samen dicht tegen elkaar aan inkruipen.

Zo vindt Don hen ‘s morgens. Natuurlijk wordt Cindy direct wakker. Ze kijkt Don aan, zwaait een keer met haar staart, maar gaat dan weer stil liggen. Don haalt Maja erbij en samen staan ze even naar het tafereel te kijken. Maja gaat op haar hurken zitten en strijkt Sjaak over zijn hoofd, terwijl ze zachtjes zijn naam roept. Sjaak is direct klaar wakker en springt tegelijk met Cindy de mand uit.

‘Wat dacht je, Sjaak. Bij Cindy is het lekker warm?’

Sjaak knikt alleen maar en gaat in een hoekje van de bank zitten bijkomen, terwijl Don en Maja de ontbijttafel dekken. Eenmaal gegeten en aangekleed brengen Don, Maja en Meike samen Sjaak naar school.

Fatima zit al op haar plek in de kring. Fatima’s moeder staat voor het raam te zwaaien. Maja haalt Meike uit haar wagentje en loopt met haar op de arm naar juf Karin.

‘Wat is er gebeurd tussen Sjaak en Fatima?’ begint Maja.

‘Eigenlijk helemaal niets waarvan ik weet, behalve dat ze elkaar teveel hebben opgezocht naar de wens van haar ouders.’

‘Teveel? Hoezo?’

‘Nou Fatima zou volgens hen meer met meisjes moeten spelen.’

‘Nou ja zeg. Het zijn nog maar kinderen van vijf, die het leuk vinden om met onze hond Cindy te spelen.’ Juf Karin kijkt door het raam naar buiten.

Als Maja haar blik volgt, draait Fatima’s moeder zich net om en loopt van het schoolplein af. ‘Heeft het iets met een religie te maken?’ Vraagt Maja.

‘Eerlijk gezegd weet ik dat niet,’ zegt Karin. ‘Ze hebben mij alleen verteld dat Fatima meer met meisjes moet spelen. Misschien kunnen jullie als ouders eens met elkaar gaan praten.’

‘Misschien is dat wel de beste oplossing,’ zegt Maja. ‘Alhoewel het voor Sjaak niet verkeerd zou zijn om meer vriendjes te krijgen. Het zou hem veel minder kwetsbaar maken.’

Weken gaan er voorbij. Weken waarin Sjaak en Fatima elkaar wel op school vinden, maar waarin Fatima niet meer met Sjaak mee naar huis komt. Sjaak lijkt zich ermee verzoend te hebben, alhoewel hij nog altijd geen vriendjes bij hem thuis uitnodigt. Sjaak speelt zelfs meer met zijn zusje, Meike. Naast de ruzies om vernielde bouwwerken van lego of om de ferme krassen op tekeningen van Sjaak zijn er ook mooie momenten. Dan betrekken Sjaak en Cindy ook Meike bij hun spel. Luid lachend waggelt ze daarbij naar de bal, terwijl Cindy die laag bij de grond vanaf de andere kant besluipt. Maar steeds vaker kruipt Sjaak even op het bankje tegen zijn moeder aan.

‘Wat is er, Sjaak?’ Vraagt zijn moeder dan, alhoewel haar gezicht Sjaaks gevoel prima weet te reflecteren. ‘Na de zomervakantie ga je naar groep 3, joh. Dan leer je lezen en schrijven. Dan kun je zelf boeken lezen en misschien wel verhalen gaan schrijven.’

‘Ja, dan kan ik Meike voorlezen en Cindy ook,’ zegt hij en nestelt zich nog eens extra behaaglijk tegen zijn moeder aan.

Op een dag blijft Fatima’s stoel in de kring op school leeg. Sjaak kijkt van de lege plek naar juf Karin. Opnieuw bekruipt hem het lege gevoel van binnen, bang om ook op school niet meer met Fatima te mogen spelen Als het kringgesprek is afgelopen, roept juf Karin Sjaak even bij zich.

‘Sjaak, je mist Fatima nog steeds, hè.’

Sjaak knikt en kijkt nog eens naar haar lege plek.

‘Fatima komt vast wel weer terug hoor. Maar haar moeder is heel erg ziek en daarom blijft ze een paar dagen thuis.’

‘Wat heeft ze dan?’ vraagt Sjaak.

‘Dat weet ik niet precies, Sjaak. Maar misschien wordt ze helemaal niet meer beter.’

‘Heeft Fatima dan geen mama meer?’ vraagt Sjaak.

‘Nu nog wel, Sjaak.’

‘Dat is wel heel zielig voor haar, hè?’

‘Ja, maar misschien komt het allemaal nog goed, Sjaak. Ga maar lekker spelen. Je zit vandaag met Remco en Lars in de bouwhoek. Kijk ze wachten al op je.’

Tijdens het bouwen van een ridderkasteel vluchten Sjaaks gedachten regelmatig naar Fatima en haar zieke moeder. Remco en Lars hebben zo hun eigen ideeën over de vorm van het kasteel. Verstrooid geeft Sjaak ze steeds hun zin en bouwt aan een kasteel, dat niet het zijne is. Hij bouwt om te bouwen en om de schooltijd voorbij te laten gaan. Tussendoor vraagt hij de juf zelfs een paar keer hoe lang het nog duurt voordat hij naar huis mag. Eindelijk is het zo ver. Hij rent naar huis, waar Cindy hem zoals gewoonlijk begroet. Maar na een korte ronde met Cindy gaat hij snel terug naar huis.

‘Ben je alweer terug?’ Vraagt Maja verbaasd.

‘Ja ik wil een tekening maken voor Fatima en haar moeder,’

‘Voor Fatima’s moeder?’

‘Ja die is héél ziek. En daarom was Fatima vandaag niet op school gekomen,’ zegt Sjaak, terwijl hij zijn verfspullen pakt.

‘Trek wel je verfschort aan!’ sommeert Maja. ‘Anders ben je dadelijk zelf een schilderij.’

En zo zet Sjaak zich aan de mooiste tekening die hij ooit heeft gemaakt. Alsof zijn handen vanzelf over het papier glijden, schildert hij een landschap, waarin een rivier de rotsen scheidt van een boomgaard. Een brug over de rivier verbindt de beide delen van het landschap. Aan het eind van de rivier eist een helder gele zon alle aandacht op.

‘Wat mooi Sjaak,’ zegt Maja als ze na een uurtje van noeste arbeid over zijn schouder meekijkt. ‘Wat betekent het?’

‘Nou, daar is het verdrietig,’ zegt Sjaak. Zijn vinger cirkelt boven de donkere rotsen. ‘En daar,’zegt hij wijzend naar de boomgaard ‘is het vrolijk.’

‘En dat kleine bruggetje daar?’

‘Dan kun je altijd van de rotsen naar de boomgaard komen,’ zegt Sjaak. ‘Maar om naar de zon te gaan maakt het niet uit. Die is overal.’
Zo gauw niet wetend wat te zeggen kijkt Maja Sjaak aan. ‘Dat is een mooie tekening Sjaak,’ zegt ze tenslotte. ‘Ga je dat ook zo vertellen aan Fatima en haar moeder?’

Sjaak haalt zijn schouders op. ‘Misschien.’

’s Avonds bewonderen Don en Maja de tekening, die op een tafel ligt te drogen. ‘Die tekening zou hier aan de muur ook niet misstaan,’ zegt Don. ‘Wij kennen tenslotte ook beide kanten van die rivier.’

De dag erna, rent Sjaak met Cindy samen naar het huis van Fatima. Fatima’s papa doet de deur open. Het verdriet tekent zijn ogen, terwijl hij tegen Sjaak zegt: ‘Fatima’s mama is heel ziek knul. Je kunt nu niet binnenkomen.’
Trots steekt Sjaak de opgerolde tekening naar voren. ‘Dat weet ik. Ik heb een tekening voor haar gemaakt.’

Verbouwereerd pakt Fatima’s papa de tekening aan, haalt er de strik vanaf en rolt hem uit. ‘Dank je wel knul. Die zal ze mooi vinden.’

Zonder te wachten tot de deur weer dicht is, rent Sjaak weg. Een weekend lang gaan zijn gedachten naar Fatima en haar moeder. Dat Fatima die maandag weer op school is, had hij niet kunnen bedenken. Nog minder kon hij bedenken, dat Fatima en haar papa direct naar hem toekwamen.

‘Bedankt voor je tekening, Sjaak,’ zegt Fatima en ze geeft hem een kus op zijn wang.