Sjaaks Moeizame Start - een verhaal door Ruud Macco

Sjaaks moeizame start

Voorwoord


Inmiddels kent u Sjaak al een beetje. Met een leven als dat van vele anderen lijkt er ogenschijnlijk niets bijzonders aan hem. Maar niets is minder waar. Met name in de Kersttijd en ook in de Paastijd staan we stil bij de dood en de geboorte.

Sjaak’s geest heeft het meegemaakt. Vaak is het goed als een mens zich van veel zaken niet bewust is en met een schone lei kan beginnen. Soms kan het veel narigheid voorkomen.

Met deze geschiedenis uit het leven van Sjaak sta ik stil bij een mogelijke levenservaring van mensen over leven en dood heen. Liefde en warmte, die passen bij de ideale kerstgedachten, spelen hierbij uiteraard een grote rol.

In ‘Sjaaks moeizame start’ wordt een aantal malen gerefereerd aan eerdere gebeurtenissen in het leven van Sjaak. Deze zijn terug te lezen in de afleveringen, die eerder zijn verschenen:

SdK 1 In goede handen – 13 december 2011
SdK 2 Sjaaks nieuwe kans – 3 april 2012
SdK 3 Een nieuw leven – 24 december 2012
SdK 4 Sjaak de Kolck – 26 maart 2013

Ruud Macco
25 december 2013

Sjaak’s moeizame start


Het nieuwe leven zuigt Sjaak steeds meer in haar domein. Nieuwe indrukken verdringen de herinneringen aan zijn vorige leven, waar hij als zwerver uitstapte. Ook Erik en Cindy, zijn gidsen voor dit leven, nemen steeds meer de gedaanten aan van schimmen die in het geweld van het nieuwe leren steeds meer op de achtergrond raken.

Maar als onze kleine Sjaak slaapt komt alles terug. Als om hem eraan te herinneren, waarom hij dit nieuwe leven moest beginnen. Soms schrikt hij midden in zo’n droom wakker. Dan verbleekt de kleurenpracht uit zijn dromen tot een verzameling grijstinten, die wild om hem heen lijken te dansen. Het liefderijke warme gevoel maakt dan plaats voor kilte. Schreeuwend van verdriet en boosheid probeert hij zijn verlangen om terug te mogen keren ruimte te geven. Alleen de tepel van zijn moeder en haar liefdevolle geluiden kunnen hem dan troost bieden.

Langzaamaan krijgt de geur van zijn moeder een gezicht. Eerst alleen grijs. Dan komen de kleuren. Maar het contrast met zijn dromen blijft. Sjaak kan er niet aan wennen en blijft zijn weemoed en verlangen uitschreeuwen. Als van lieverlede de geluiden van zijn moeder scherper worden, groeit Sjaak’s weemoed en heimwee naar de warme geborgenheid van weleer steeds intenser.

Alleen luidkeels huilen lijkt die harde klanken te kunnen absorberen. Sjaak is alleen nog stil als hij drinkt. De melk maakt zijn rauwe keel weer zacht. Het maakt hem niet meer uit of het de tepel van zijn moeder is of de speen van een fles.

Drinken en vergeten. Aahhhhhh.

Op een keer valt hij tijdens het drinken bij zijn vader op schoot in slaap. In zijn droom ziet hij de vertrouwde gezichten van zijn gidsen die op een pijnlijke manier zijn geheugen opfrissen.

De luide stem van zijn moeder en haar harde toon maken hem wakker. Haar vingers grijpen naar hem, maar zijn vader houdt hem stevig vast en geeft hem opnieuw de speen.

Van ze houden, denkt Sjaak heftig lurkend aan zijn speen. Lief zijn. Erik en Cindy, wat is dat moeilijk. Als het laatste restje melk op is, schenkt hij zijn beide ouders een gulle lach en rukt zich al gapend uit.

‘Zie je nou wel? onze kleine Sjaak heeft het helemaal naar zijn zin bij mij,’ zegt Don tegen Maja.

‘Pfff, Nou het geluk lacht je toe. Leg hem maar gelijk op bed. En vergeet hem geen schone luier om te doen.’

‘Ja ja, al goed, hè Sjaak? Wij mannen begr…’

‘Begrijpen elkaar. Jaja. Ik zal er voortaan aan denken.’

In de armen van zijn vader gaat Sjaak naar boven. Zijn vader legt hem op de commode voor een schone broek. Zijn billen voelen koud aan als zijn luier ervan afgetrokken is.

‘Majaaaaa,’ schreeuwt zijn vader.

Sjaak schrikt zich een ongeluk en schreeuwt met zijn vader om het hardste. ‘Waaaahaaaah’.

Maja stormt naar boven en overziet de situatie direct. ‘Mannen!’ zegt ze. Ze doet geen enkele moeite om het gevoel van haar overwinning te onderdrukken.

‘Het wordt tijd dat je leert hem te verschonen. Jullie waren het toch zo eens met elkaar? Dus ga je gang en trek hem dat smerige hemd uit. Pas op met dat gespartel van hem en zorg dat hij met zijn beentjes niet in die volle luier ligt te trappen.’

Tevreden voelt Sjaak zijn knuffelspeen tegen zijn tong en begint gelijk heftig te zuigen. Zijn vader houdt zijn beide voetjes vast en grijpt naar een doekje om Sjaak’s hielen schoon te vegen.

‘Nou schiet eens op met dat doekje,’ snibt Maja tegen Don. ‘Kom maar hier, dan doe ik het wel weer even. Mannen! Houdt Sjaak even bezig, wil je, terwijl ik hem verschoon.’

Met een schone broek hoeft Sjaak zijn bed nog maar even te voelen of de slaap dient zich aan. Hij hoort zijn ouders nog zachtjes de trap aflopen. Voor ze beneden zijn, komen de dromen.

Doodmoe sjokt Sjaak door een park. De kou van de nacht en de harde stenen van het portiek, waarin hij probeerde te slapen, zijn in zijn botten getrokken. Dat maakte het moeilijk voor hem om zijn ogen langer dan een half uur achter elkaar dicht te houden. De nacht duurde lang en de eerste zonnestralen gaven hem de hoop, dat hun warmte zijn lichaam die nacht snel zou ;aten vergeten. Met zijn boeltje in een plastic tas ging hij de baan weer op om het hoofd te bieden aan weer een dag. Sindsdien sjokt hij achter de warme zonnestralen aan. In het park aangekomen lonkt een leeg bankje naar hem, alsof het zeggen wil. ‘Kom, ik ben er voor jou.’

Met hetzelfde gevoel als toen hij zijn Meike voor het eerst zag, versnelt hij zijn pas.

De man, die vanaf de andere kant het bankje nadert ziet hij pas als die zijn plastic tassen er op gooit en languit op het bankje ploft.

‘Hé, dat is mijn bankje,’ roept Sjaak. Sjaak laat zijn tas vallen, beent nijdig naar het bankje en trekt aan de tassen van die ander.’ ‘Dat is mijn bankje.’

‘Oh ja? ik was er het eerst,’ zegt die man en trekt zijn tassen weer onder zijn hoofd.
Sjaak weet van geen wijken en blijft aan die tassen sjorren. Tot er een het begeeft.

‘Zak, kijk nou. Ik wil een nieuwe tas van je.’ De man springt van het bankje af van kwaadheid en loopt op de tas van Sjaak af. Sjaak geeft hem een duw, pakt zijn eigen tas en verovert ‘zijn’ bank

‘Het is je eigen schuld. flikker op. Ik wil hier slapen, zegt Sjaak.’

De man balt zijn vuisten en komt dreigend op Sjaak af. Zijn vuisten maaien naar Sjaak, maar missen hem keer op keer.

‘Ga nou maar, voor ik je pijn doe. En neem die rommel mee,’ zegt Sjaak. Hij schopt de man tegen zijn benen, zodat die languit op de grond belandt.

‘Ik krijg je nog wel, vuile zwerver,’ zegt de man. Hij pakt de gescheurde zak en begint hem dicht te knopen.

Sjaak strekt zich uit op het bankje en doet zijn ogen dicht.

‘Hij gaat zowaar slapen,’ zegt Don tegen zijn Maja.

‘Niet te vroeg juichen. Dadelijk bedenkt hij zich nog,’ zegt Maja. Ze pakt een boek en nestelt zich in een luie stoel

De twee omgeven zich met een bijna heilige stilte, alsof ze bang zijn om hun zoon te storen. Maja lijkt zich te hebben teruggetrokken in het verhaal van haar boek. Don denkt met weemoed aan zijn Maja van vroeger, voordat Sjaak was geboren. Het lijkt zóóó lààng geleden. Na een luidruchtige ademtocht waagt Don het om met gedempte stem te vragen of Maja ook koffie wil.

Maja reageert niet. Dus vraagt Don het nog een keer.

‘Neehee,’ klinkt het net alsof ze met veel moeite diep uit het verhaal is geklommen.

Don haalt zijn schouders op, gaat naar de keuken en zet het koffieapparaat aan. Knorrend begint het apparaat aan zijn werk.

‘Dadelijk wordt Sjaak wakker,’ roept Maja zonder op te kijken.
Sjaak blijft stil.

‘Sjaak wòrdt niet wakker van mij,’ zegt Don als hij terugkomt met zijn koffie.

‘Grmpf, zal wel,’ zegt Maja en kijkt nog steeds in haar boek.

‘Je weet toch nog wel, dat ik morgen op reis ga?’ zegt Don.

‘Nee, alweer?’ roept Maja. Ze klimt uit haar verhaal en kijkt Don met fonkelende ogen aan. ‘Waar nu weer heen? Weer naar die Chinezen? Zijn er dichterbij geen sokken-fabrikanten?’

‘Misschien wel. Deze keer ga ik in Litouwen kijken. Daar is het misschien iets duurder, maar de kwaliteit is een stuk beter. En we krijgen daar geen gezeur over kinderarbeid en uitbuiting.’

‘Weet je dat zeker?’

‘Collega’s op de markt zeggen het.’

‘Je concurrenten bedoel je. Waarom zouden die jou nou een goede tip geven?’

‘Misschien om hun eigen handel beter te beschermen tegen de goedkopere Aziatische.’

Maja slaakt een diepe zucht. ‘Hoe lang blijf je weg.’

‘Een weekje, misschien.’

Maja staat met Sjaak in haar armen als Don afscheid neemt voor zijn reis naar Litouwen. ‘Succes daar en heel terugkomen,’ zegt ze. ‘Zeg maar dag tegen papa, Sjakie. Papa gaat op reis. Hij komt pas over een paar dagen thuis.’ Ze draait Sjaak zo, dat Don hem een kus kan geven.

Don slaat zijn armen om zijn vrouw en zoon. ‘Ik zal jullie missen,’ zegt hij.

‘Ga nou maar,’ zegt Maja bitser dan haar bedoeling is.

Dan loopt Don de deur uit. Op straat kijkt hij nog een keer achterom en zwaait naar Maja en Sjaak, die hem voor het raam staan uit te zwaaien.
Maja’s ogen zijn vochtig. Ze dept een traan met de rug van haar hand. ‘Sjaak, ik hoop dat jij deze week net zo goed slaapt als de afgelopen nacht. Dat zou me heel wat waard zijn.’

Ze gaat met hem op de bank zitten en geeft hem de borst. Als Sjaak rustig in haar armen ligt te drinken zingt ze zachtjes een liedje.

Als je pas getrouwd bent

Krijg je koekjes bij de thee,

Lever op je brood


Kind’ren op je schoot



Als je pas getrouwd bent

Krijg je koekjes bij de thee

Lever op je brood


Hoezee!


Maja rammelt met een speeltje. Sjaak lacht en kraait van plezier. Ze pakt een knuffel en laat Sjaak voelen hoe zacht die is. Ze houdt de knuffel tegen haar gezicht en maakt zacht spinnende geluidjes. Sjaak steekt zijn handjes uit naar de knuffel en trekt hem uit haar handen.

Zo spelen ze samen wel een half uur. Maja geniet. Ze kan er niet toe komen om Sjaak op zijn bed te leggen voor zijn ochtendslaapje. Ze legt hem met zijn knuffel in de box en draait een speeldoosje op. Het tingelende geluid lijkt Sjaak energie te geven. Hij schudt het apparaat stevig heen en weer. Dan wijdt Maja zich aan haar huishoudelijke taken. Ze zorgt er wel voor bij hem in de buurt te blijven.

Sjaak valt in de box in slaap. Hij wordt wakker, eet, speelt en valt bij Maja op schoot in slaap.

Ze pronkt met hem in de kinderwagen als ze boodschappen gaat doen.

’s Avonds laat Sjaak zich zonder krijsen en morren op bed leggen. En hij slaapt.

Het vliegtuig landt in Kaunas. In de aankomsthal staan mensen met een stuk papier met een naam in hun handen. Zijn naam is in handen van een jonge modieus geklede dame. Het voelt alsof zij haar lichtblauwe ogen diep in Don’s ziel wil boren. Don kan zijn blik niet meer van het goed verzorgde gezicht afhouden. De scherp gelijnde neus, haar hoge jukbeenderen en de strakke wenkbrauwen vormen een ideale omlijsting van haar bijna lichtgevende ogen.

‘Mr. De Kolck?’ vraagt ze al van verre.

‘Yes. I’m Don de Kolck. Please call me Don.’

‘I’m Elze Nowagrodcki.’ Ze vouwt het papier dubbel en propt het in een jaszak. Daarna steekt ze haar hand uit naar Don en kijkt hem stralend aan.

‘Welcome in Lithuania, Don.’

‘Thank you, miss? Elze No-wa-gro—ski,’ zegt Don en geeft haar een ferme handdruk.

Nog altijd met die stralende glimlach laat Elze hem rustig worstelen met de uitspraak van haar naam. ’Elze Nowagrodcki. Single indeed,’ zegt ze schaterend. ‘Please call me Elze. That is much easier for you,’ zegt ze.

Haar lach werkt aanstekelijk en voor Don er erg in heeft, lacht hij breeduit over zijn eigen onhandigheid. ’Bedankt dat je me komt ophalen, Elze.’

‘Graag gedaan, Don. Ik kom je morgenochtend ook bij je hotel ophalen als je dat niet erg vindt.’

‘Daar kan ik nu al naar uit kijken,’ zegt Don.

Elze steekt haar arm door de zijne. ‘We hebben een kamer in het Kaunas hotel voor je gereserveerd. Heb je trouwens al gegeten?’

‘Nee. Jij?’

‘Ook niet,’ zegt ze en kijkt naar hem omhoog.

‘Weet je een goed adres?’

‘Ja. We rijden eerst even naar je hotel. Dan kun je inchecken en ben je die koffer kwijt.’

‘En kan ik me nog even omkleden,’ voegt Don er aan toe. ‘In een vliegtuig ga je niet bepaald lekker ruiken.’

‘Nu je het zegt,’ zegt ze plagerig.

Elze wacht in de lobby terwijl Don incheckt en zijn bagage naar zijn kamer brengt. Een half uurtje later komt hij fris geschoren en gewassen weer beneden.

‘Hmm, lekker geurtje. Zelf uitgezocht?’

‘Gekocht tijdens de tussenstop in Londen.’

‘Goede keus. Ik weet een leuk restaurant op loopafstand, Goed?’

‘Vast wel,’ zegt Don.

Even later lopen ze gearmd dicht tegen elkaar het hotel uit.
In Dakaedras was het druk. Ze vinden nog een plaatsje achter in. Op aanraden van Elze probeert Don een lokaal gerecht. Het vult behoorlijk, maar de uitstekende wijn spoelt alles aangenaam weg. Een kleine drie uur later lopen ze allebei uitgelaten terug naar Don’s hotel.

In het hotel aangekomen, kijkt Don Elze ernstig aan. Zij zoent hem vol op de mond.

‘Elze. Zo kun je niet meer rijden,’ zegt Don tussen twee zoenen door.

‘Bovendien moet je hier morgen weer zijn om mij op te halen. Blijf hier vannacht.’ Hij drukt zijn lippen in haar hals en sluit zijn ogen.

Elze maakt zich langzaam los uit zijn omhelzing en slaat haar arm om zijn middel. Hij slaat zijn arm om haar schouder en loopt met haar naar de lift.

Erik en Cindy lopen door de kleurrijke wereld naar hem toe. Sjaak voelt hun warmte van verre. Naar deze wereld verlangt hij. Zo intens, zo mooi en oh, wat houdt hij van deze mensen. Op zijn blote voeten loopt hij naar hen toe. Hij wil rennen, nee hij glijdt. Nee, ze komen gewoon bij elkaar omdat ze zo van elkaar houden.

‘Sjaak, het verschil met je nieuwe leven is groot. Laat deze wereld daarom een belofte zijn van het leven, waarvoor je nu bent geboren. Geef de liefde die je nu voelt met je hart aan de mensen die van jou houden. Van ons vorige gesprek heb je geleerd. Je hebt je moeder heel gelukkig gemaakt. Maar kijk welke schade er al is ontstaan.’

Erik strekt zijn rechterarm opzij. Boven zijn geopende hand ziet Sjaak zijn vader. Naast hem in bed ligt een jonge vrouw. Hij kent haar niet.

‘Wie is die vrouw?’ vraagt hij.

‘Ssst. Luister,’ zegt Cindy.

‘Dat is lang geleden Elze. Voor de geboorte van onze Sjaak was het ook fijn met mijn vrouw samen.’

‘Hoe heet ze?’ Haar vingers gaan over zijn blote borst.

Zachtjes strijkt hij door haar haren. ‘Maja. Maja heet ze.’ Don doet zijn ogen dicht. ‘Maja.’ fluistert hij nu.

‘Je houdt van haar hè?’

‘Ja. Tenminste, dat denk ik wel.’

‘Denk je? Weet je dat niet zeker?

‘Nee. De laatste tijd doet ze zo bitter. In de zwangerschap was ze ook al zo moeilijk.’

‘Wilde ze wel een kind van je?’

‘Ja. Alleen onze Sjaak is een huilbaby. En we weten niet waarom. Maja kan er niet tegen en ik ben veel weg.’

‘Misschien krijgt ze te weinig slaap,’ hoort Sjaak de vrouw zeggen.

‘Zou kunnen. Wij ook en daar kunnen we beter wat leuks mee doen.’ Hij geeft haar een zoen op haar mond en verzegelt met zijn vingers haar lippen. ‘Genoeg gepraat.’

Erik sluit zijn hand en het beeld vervaagt. Sjaak blijft roerloos staan kijken naar de plek, waar zoëven zijn vader nog te zien was met die vrouw.

‘Hij bedriegt haar. Hij bedriegt mijn moeder…’ roept Sjaak.

‘Ja Sjaak. Dat doet hij. Maar waarom doet hij dat? Hunkert hij niet net zo naar liefde als jij? Weet je nog…? Erik strekt zijn andere arm en opent zijn hand.

Sjaak ziet zijn Meike, waar hij zoveel van hield. Ooit. Lang geleden. Zijn verdriet, omdat zij niet langer het bed met hem wilde delen, komt weer boven. Met dubbele kracht spoelt het door zijn hoofd. Om gek van te worden. Sjaak wendt zijn hoofd af. ‘Waarom moet ik dit weer meemaken? Waarom?’ snikt hij.

‘Weet je weer hoe een afwijzing van je geliefde voelt?’

‘Ja, maar ik kroop niet met een andere vrouw in bed.’

‘Nee, jij zocht je troost in het overal en alles waarheen het toeval je leidde. Jouw vader nu, zoekt het bij een andere vrouw. Echter, net zo min als jij de liefde hebt teruggevonden, zal je vader het bij deze vrouw ook niet vinden.’

‘En nu?’

‘Ga terug. Leef, heb lief, leer en geef. Zwijg als je zwijgen moet en spreek als het waarde heeft.’

Als Sjaak wakker wordt, staat zijn moeder bezorgd naar hem te kijken. Ze aait hem zachtjes over zijn wang.

‘Papa, komt vanmiddag al thuis Sjakie.’
Sjaak pakt zijn knuffel en drukt hem tegen wang.
Zijn moeder tilt hem uit zijn bed. Ze houdt hem hoog boven zich. ‘Vanmiddag al.’

Sjaak lacht. Hij trappelt wild met zijn armpjes en beentjes. Hij laat zijn knuffel vallen en aait zijn moeder zachtjes over het gezicht.
Maja drukt hem zachtjes tegen zich aan. ‘Vanmiddag al.’