Sjaak´s Prille Les / een verhaal door Ruud Macco

Sjaaks prille les

Voorwoord


Sjaak zal intussen een bekende voor u zijn. Zijn belevenissen overstijgen een eenmalige passage door het materiële leven. Vanaf december 2011 heb ik er tweemaal per jaar verslag van gedaan in de volgende verhalen:

SdK 1 In Goede handen – 13 december 2011
SdK 2 Sjaaks nieuwe kans – 3 april 2012
SdK 3 Een nieuw leven – 24 december 2012
SdK 4 Sjaak de Kolck – 26 maart 2013
SdK 5 Sjaaks moeizame start – 20 december 2013

Nu, april 2014, kunt u lezen over Sjaak’s prille les.

Vanuit de gedachten dat ieder’s leven uiteindelijk moet leiden tot een verrijking van je denken en doen in relatie tot je zelf, tot andere mensen en tot alles wat er om ons heen leeft of zelfs alleen maar aanwezig is, moet ieder mens tot de conclusie komen, dat de resultante van alles wat we doen een constructieve bijdrage aan onze ontwikkeling moet leveren. Sjaak heeft die boodschap voor zijn jonge leven meegekregen. Dat dat moeilijk vol te houden is, heeft hij gemerkt. Maar dat verbinden zoveel leuker kan zijn dan dan scheiden…

Ruud Macco
18 april 2014

Sjaaks prille les


De dag duurt lang. Maja loopt van de bank naar het raam en weer terug. Ze pakt een boek en legt het weer weg.

Zou hij nog boos zijn? Hij is vast boos op me. Gedachten, die knellen in haar hoofd.

Ze brengt Sjaak naar bed voor zijn ochtendslaapje en zingt een liedje. Als Sjaak huilt, haalt ze hem weer op, geeft hem eten, verschoont zijn broek, speelt met hem en legt hem weer op bed, waarna het ritme onverstoorbaar verder gaat: kijken hoe laat het is, lopen naar het raam en weer terug naar de bank. Als ze Sjaak hoort brabbelen in zijn bedje haalt ze hem weer op, verschoont zijn luier en neemt hem weer mee naar beneden.

‘Papa is er nog niet, Sjaak,’ zegt Maja. Hij is vast boos, denkt ze tegelijk, terwijl Sjaak verdwijnt achter een waas van water.

Sjaak kijkt haar strak aan maar laat de speen van zijn fles niet los. Zo nu en dan stopt hij even met drinken om er vervolgens weer met volle kracht tegen aan te gaan onder het uitstoten van geluidjes van gulzige tevredenheid.
Maja beantwoordt de ernstige blik van Sjaak met een glimlach.

Plotseling doorbreekt het gerammel van een sleutel in het slot van de voordeur de stilte in de kamer.
‘Hoor!’ zegt Maja met ingehouden stem tegen Sjaak. Ze steekt haar vinger omhoog. ‘Daar is papa!’

Alsof hij begrijpt wat er gebeurt, beantwoordt Sjaak de opluchting van zijn moeder met een vrolijk gezichtje en steekt hij zijn armpjes uit. Sjaak heeft de speen laten schieten en kijkt vol verwachting naar de deur.

Met Sjaak in haar armen staat Maja op en loopt naar de deur naar de hal. ‘Halloo papa,’ roept ze als de deur voorzichtig open gaat.

Als Don zijn vrouw en zoon ziet, laat hij prompt zijn tas vallen en gooit de deur verder open. Met één pas is hij bij Maja en Sjaak en sluit ze in zijn armen. Uitgebreid knuffelt hij Sjaak. ‘Dag kereltje. Heb je goed op mama gepast?’

Maja kijkt naar haar mannen, die helemaal in elkaar lijken op te gaan. Zie je wel, denkt ze vechtend tegen omhoog kruipend verdriet.

Dan draait Don zijn hoofd naar Maja en zoekt haar lippen. Hij kust haar onstuimig en lang.

Ondertussen houdt Maja Sjaak stevig tegen zich aangedrukt. Als ze even adem kan halen, piept ze: ’Ben je niet boos?’

‘Ik? Boos op jou?’ vraagt Don. Maar hij wendt zijn blik af naar Sjaak.

Alsof Sjaak het welletjes vindt, deelt hij een klap uit, die Don op zijn wang treft. Een rode kras verschijnt als hij zijn nageltjes even over het gezicht van zijn vader haalt. Sjaak kijkt tevreden naar het resultaat.

‘Auw,’ roept Don. ‘Waarom doe je dat, Sjakie? Dat doet toch zéér.’

Don strijkt over zijn wang en kijkt zijn zoon bestraffend aan.

Sjaak geeft geen krimp, kijkt met de vrolijkste grijns sinds lang naar zijn pappa en steekt zijn armpjes naar hem uit.

Don neemt Sjaak in zijn ene arm en houdt met de andere Maja dicht tegen zich aan.

Maja maakt haar vinger nat en dept de vurigheid uit de kras over Don’s gezicht. ‘Hij is blij, dat je er weer bent, zegt ze.

Met zijn drieën dansen ze zo de kamer rond.

Dan trekt er een schaduw over Don’s gezicht. ‘Ik heb je zo lang gemist,’ zegt hij en geeft Maja opnieuw een lange zoen.

‘Ik jou ook, Don.’
‘Voor mijn reis miste ik je al, Maja.’

‘Ik weet het Don. Ik, ik weet niet wat ik had.’ Vechtend tegen haar tranen slaat Maja haar ogen neer. ‘Weet je, Sjaak is zó lief geweest toen je weg was. Ik heb zelfs weer eens goed kunnen slapen. En nu, nu zou ik wel …’

‘Ssstt’ zegt Don. Lachend probeert hij een hand voor Sjaak’s oor te houden. Alleen is die er niet van gediend en ontwijkt hem handig.

‘Elze had gelijk,’ zegt Don. ‘Ik houd van jou.’

‘Elze? Wie is dat?’

‘Mijn gastvrouw van deze reis.’

‘Gastvrouw?’ Maja kijkt Don onderzoekend aan.

Don slaat zijn blik neer. ‘Ja, een gastvrije gastvrouw.’

‘Je hebt met haar geslapen.’ Het was geen vraag meer. Eerder een vaststelling.

‘In haar heb ik jou gezocht,’ zegt Don. ‘Ik was je al zolang kwijt.’

‘Oh nee,’ zegt Maja. Ze slaat haar hand voor haar mond. ‘Nee,’ zegt ze nog eens.

‘Papa, mama,’ roept Sjaak. Hij slaat zijn beide armpjes om zijn ouders en drukt zijn gezichtje tegen dat van Maja en van Don. ‘Papa, mama,’ zegt hij nog eens. en drukt zich nog vaster tegen zijn ouders aan.

Roerloos staan ze zo bij elkaar. Stilte krijgt alle gelegenheid om te verbinden of te scheiden.

Seconden rijgen zich zo aaneen. Don houdt het niet meer. Hij wurmt zich los.

‘Maja, ik heb je zolang gezocht.’

‘Ik begrijp het Don. Maar het doet zo’n pijn.’

‘Die voel ik ook, Maja.’ Don zet Sjaak op de grond en trekt Maja tegen zich aan.

Tranen vloeien samen in een lang lint over hun gezichten.

‘Laten we alles van de laatste maanden overslaan,’ zegt Don. ‘Alles wat ons geluk heeft verstoord.’

‘Sjaak ook?’ zegt Maja.

‘Och kijk wat zit hij lief te spelen. Je kunt toch niet doen alsof hij er niet is?’ zegt Don.

Alsof Sjaak voelt dat zijn ouders naar hem kijken, draait hij zich om en steekt zijn armpjes omhoog. ‘Papa, mama.’

‘Dat zegt hij vandaag voor het eerst,’ zegt Maja. Maar haar ogen blijven leeg.

Die avond laat Sjaak zich zonder problemen in bed stoppen. Met zijn speen in zijn mond grijpt hij zijn knuffel en draait zich op zijn zij.

Niet lang daarna droomt hij van een leven op saaie straten. Een plastic tas met een deken in de hand. Grijs en grauw is de omgeving net als de steen op zijn hart. Had Meike hem misschien gezocht, toen ze met zijn baas…? Heeft hij haar misschien zelf niet goed behandeld? Vol schuldgevoelens en getergd door de pijn van het verlies van alles waarvoor hij leefde slentert hij een park in naar zijn favoriete bankje. Van verre ziet hij al dat het bezet is. Met zijn hoofd diep gebogen onder het gewicht van die sombere gedachten slentert hij er langs.

Sjaak! Kop op kerel,’ hoort hij ineens. Verrast zoeken zijn ogen degene, die hem aanspreekt.

Op hetzelfde moment breekt de zon door, bloemen krijgen een stralenkrans en in het groen komt fris nieuw leven. Het leven van de lente. Nu ziet hij pas dat het Erik en Cindy zijn, die op zijn bankje zitten. Een helder licht verdrijft de duisternis in zijn hoofd en tovert een glimlach van herkenning op zijn gezicht.

‘Dat is beter, Sjaak. De wereld is niet gemaakt om zo somber te zijn,’ zegt Erik.

‘De geschiedenis met jouw Meike was anders dan die tussen Don en Maja, Sjaak. Kijk maar. Cindy strekt haar arm naar een perkje met narcissen en opent haar hand.

Kijkend langs haar wijsvinger ziet Sjaak de twee mensen, die hem zo dierbaar zijn, met elkaar praten aan de keukentafel. Over de tafel heen hebben hun vingers elkaar gevonden. Schuchter alsof ze elkaar nog maar net hebben ontmoet. Tranen vinden hun weg in de eerste lachrimpels rond hun mondhoeken. Net als in het park breekt de lente door op hun gezichten. Twee paar ogen glimmen naar elkaar.

‘Papa, zei Sjaak vandaag,’ zegt Maja.

‘En mama,’ zegt Don. ‘Luid en duidelijk.’
Sjaak ziet zijn vader de hand van zijn moeder pakken en zo met haar de kamer uit lopen.

‘Sjaak, wat zie je?’ vraagt Erik.

‘Liefde.’

‘En wat voel je?’ vraagt Cindy.

‘Liefde. Blijdschap.’

‘Precies Sjaak. Blijdschap, omdat jij hun liefde het vuur hebt teruggegeven en liefde omdat de warmte van hun vuur afstraalt op jou,’ zegt Erik.

Cindy sluit haar hand en legt die weer in haar schoot. De narcissen schuiven weer terug voor de deur, waarachter hij zijn beide ouders zag verdwijnen.

‘Geef en ontvang, Sjaak. En ga voor het hoogste loon, dat alleen pure liefde je kan geven.’

Als Sjaak zijn ogen opendoet, is het nog donker in de kamer. hij drukt zijn knuffel dicht tegen zich aan en murmelt: ‘Papa, mama, lief.’ Dan pakt hij zijn speen en valt weer in slaap.